Biografie

Haar jeugd

Lenny van Konijnenburg wordt op 29 maart 1949 in Rotterdam Zuid als Lenny Meijnster geboren. Als zij vijf jaar oud is en haar zusje zeven jaar gaan haar ouders scheiden. Samen met haar moeder en zusje verhuist ze kort daarop van Rotterdam Zuid naar Rotterdam Hillegersberg. Lenny heeft daar een heerlijke jeugd en vindt er drie hartsvriendinnen voor het leven. Na haar middelbare schoolopleiding volgt ze een cursus kinderverzorging. Ze loopt stage bij een privékraamkliniek, bij een tehuis voor geestelijk- en lichamelijk gehandicapte kinderen en bij een kinderdagverblijf. Na haar stageperiode besluit ze om niet in de kinderverzorging verder te gaan. Als ze zestien jaar is krijgt ze (op voorspraak van haar zus, die daar werkt) een baantje aangeboden als jongste bediende op een scheepvaartkantoor. Na hier een jaar gewerkt te hebben besluit ze om bij een groter scheepvaartkantoor te solliciteren, omdat haar vriendin die daar werkt haar heeft verteld dat ze daar hele leuke personeelsfeesten organiseren. Lenny wordt aangenomen en heeft het er erg naar haar zin. Op achttienjarige leeftijd komt ze haar latere man tegen. Samen krijgen ze twee prachtige zoons.

Haar huwelijk

Tijdens haar huwelijk wil ze geen vaste baan omdat de zorg voor haar kinderen op de eerste plaats komt. Dat wil niet zeggen dat ze stil zit. Integendeel. Ze doet regelmatig modellenwerk, treedt op als gastvrouw op verschillende beurzen en werkt af en toe in de horeca. Doordat ze haar werkzaamheden in de horeca erg leuk vindt, ontstaat al snel het idee om een eigen bedrijf te gaan beginnen. Ze haalt hiervoor haar middenstands- en vakbekwaamheidsdiploma en begint samen met haar man een cafébedrijf. Na een jaar houdt ze dit voor gezien als ze tot de conclusie komt dat ze haar kinderen tekort doet. Er blijft te weinig tijd over om aan hen te besteden. Haar huwelijk heeft hierna ook zijn langste tijd gehad en in 1987 besluit ze, na een huwelijk van zeventien jaar, echtscheiding aan te vragen. Omdat ze geen vaste inkomsten heeft en toch verder moet leven met haar beide kinderen, lijkt het haar het beste om een computercursus te gaan volgen, zodat ze na het volgen van deze cursus naar een kantoorbaan kan gaan solliciteren. Ze laat zich inschrijven bij een uitzendbureau dat haar computercursus betaalt en krijgt via dit uitzendbureau al snel allerlei leuke kantoorbanen aangeboden.

Haar werk en tweede huwelijk

Uiteindelijk komt ze via het uitzendbureau als secretaresse te werken bij een bank in het hart van Rotterdam. Aangezien de locatie en de personeelscondities van de bank goed zijn, besluit ze om voor een vaste baan te gaan en te solliciteren naar een secretaressefunctie. Dit lukt en in 1989 wordt ze aangenomen bij de bank. Ze leest het interne vacaturekrantje goed door en wisselt een aantal keren van werkplek om zich verder te kunnen ontwikkelen. Een jaar na haar sollicitatie heeft ze de functie van directiesecretaresse bereikt: de functie die ze ambieert.

In 1988 ontmoet Lenny haar huidige partner Rob, met wie ze in 1990 in het huwelijk treedt. Ze krijgt er gelijk een dochter en zoon bij uit een eerder huwelijk van Rob. Lenny blijft bij de bank werken waar ze het bijzonder naar haar zin heeft met haar collega’s.

Confrontatie met borstkanker

In 1996 komt er aan haar zorgeloze leventje een einde wanneer haar zus met borstkanker wordt geconfronteerd. Daar later blijkt dat het een familiaire borstkanker betreft laat Lenny zich op deze genmutatie screenen en hieruit blijkt dat ze ook draagster is van deze (foutieve) mutatie. Ze besluit na een twee jaar durend onderzoek haar borsten in 2000 preventief te laten verwijderen. Helaas overlijdt haar zus een jaar later aan de gevolgen van haar ziekte.

Haar eerste boek

Omdat Lenny inmiddels heel veel informatie bezit betreffende familiaire borstkanker wil ze met deze informatie graag lotgenoten helpen in hun besluitvorming met betrekking tot preventieve borstamputatie. Eind 2006 verschijnt haar boek De Juiste Keuze dat voldoet aan de behoefte van informatievoorziening over dit onderwerp.

Herseninfarcten Rob

In maart 2007 wordt Rob getroffen door twee herseninfarcten. Lenny neemt de zorg voor hem op zich en volgt hem zodoende gedurende tweeënhalf jaar in zijn dagelijkse doen en laten. Wat haar in deze periode opvalt, is dat de partners van de slachtoffers van een beroerte in dit hele proces vergeten worden. Ze kunnen nergens met hun verhaal terecht terwijl juist zij het zo onnoemelijk zwaar hebben. Alle aandacht gaat uit naar het slachtoffer zelf die geen eigen ziekte-inzicht heeft en dus denkt dat hij of zij normaal functioneert. Het verzorgen van een slachtoffer van een beroerte is een fulltime job, het trekt alle energie uit een partner en veroorzaakt overbelasting.

Haar tweede boek

Nadat Lenny van verschillende kanten bevestigd heeft gekregen dat de partners van slachtoffers van NAH (Niet-Aangeboren Hersenletsel) inderdaad een vergeten groep vormen, besluit ze om aan de bewustwording van dit feit mee te werken. Haar tweede boek Het moet nou toch niet gekker worden is in eerste instantie bedoeld als ruggensteun voor de partners van slachtoffers van een beroerte. Daarnaast is het bedoeld om een beter begrip te kweken bij het publiek. Iedereen kan tenslotte, zo maar vanuit het niets, opeens deze zware verzorgingstaak opgelegd krijgen.

Stoppen met werken

Aangezien werken en de zorg voor Rob uiteindelijk niet te combineren valt, stopt Lenny eind 2008 met haar werkzaamheden bij de bank. Vanaf dat moment hoeft ze zich echter niet te vervelen. Het schrijven van Het moet nou toch niet gekker worden en de zorg voor Rob hebben haar tot nu toe flink beziggehouden. Daarnaast doet ze af en toe wat modellenwerk hetgeen haar de nodige afleiding geeft.

Toekomst

Het is de bedoeling dat Lenny in de toekomst lezingen zal gaan houden betreffende dit boek en ze wil ook weer wat meer gaan reizen als de gezondheid van Rob dit toelaat.